In de slotrit moesten de Nederlanders rijden tegen de drie Russen Lalenkov, Skobrev en Yunin, hoewel er meer tegen de tijd van de Canadezen werd gereden. In de rit ervoor hadden Danker, Morrison en Warsylewicz al het wereldrecord aangescherpt tot 3.38,31. De Nederlanders wisten in de laatste twee ronden nog net onder die tijd te komen en kwamen binnen in een tijd van 3.37,80.
Het was de honderdste medaille dat Nederland behaalde in twaalf jaar en tien keer wereldkampioenschappen afstanden. Ids Postma bezorgde Nederland in 1996 de eerste met goud op de 5000 meter. In totaal zorgden de mannen voor zeventig medailles en de vrouwen voor de andere dertig. Marianne Timmer leverde Nederland de meeste medailles bij de vrouwen: twee keer goud, twee keer zilver en twee keer brons. Van wie de Nederlanders het vooral moesten hebben was Giannie Romme met zeven keer goud, twee keer zilver en drie keer brons. Het laatste WK-goud komt dus op naam van de Nederlanders Verheijen, Wennemars en Kramer.





