Lange tijd was het de Rus Ivan Skobrev die de lijst op de vijf kilometer aanvoerde. In een onderling duel met Wouter OIde Heuvel kwam hij uit op een eindtijd van 6.17,36, waarmee de Rus uiteindelijk vijfde werd. Olde Heuvel kwam twee seconde later binnen en eindigde op de zevende plaats in de rangschikking. Pas in de tiende rit kwam er iemand anders die de ranglijst ging aanvoeren, namelijk Arne Dankers. De Canadees schaatste een geweldig persoonlijk record: 6.15,39. Met die tijd had zelfs Carl Verheijen het nog moeilijk. De ervaren steëer ging goed van start, maar had niks aan zijn tegenstander Eskil Ervik. Dat merkte Verheijen in de laatste ronden, waardoor hij slechts tweetiende kwam onder de tijd van Dankers.
De laatste rit was om van te smullen. Op voorhand dacht iedereen dat Kramer wel even de wereldtitel zou pakken met misschien een wereldrecord, maar Fabris bleef loeren op de Nederlander en zorgde ervoor dat hij niet te ver achterraakte. Toen vijf rondjes voor het einde de Italiaan nog steeds naast Kramer reed, leek het alsof de onaantastbaarheid van laatstgenoemde verdwenen was. Het werd al snel duidelijk dat de wereldrecordhouder aan het 'spelen' was met Fabris, door een rondje 28.5 te rijden. Het wereldrecord bleef uit zicht, maar de wereldtitel was wel binnen.
Kramer won zonder een gouden randje, maar de titel telt. Dat was de conclusie na zijn interview met de NOS: "Het was lang niet één van mijn beste wedstrijden. Dat komt ook omdat het ijs niet echt snel is, maar het gaat natuurlijk om de titel en daar ben ik erg blij mee." Zelf had hij wel een conclusie waarom Fabris zolang bijbleef: "Hij is geen gemakkelijke tegenstander. Fabris loert. Ik schaatste niet bij hem weg, omdat je hem ook weer moet kunnen opvangen. Vier ronden voor het einde vond ik het wel mooi geweest en schaatste ik toch weg. Met een rondje 28.5 kreeg ik weer een beetje hoop op een wereldrecord als ik dat kon vasthouden, maar het zat er niet meer in. De titel is belangrijker dan een wereldrecord. Titels die tellen."





