Kijk je op tegen het WK, en dan vooral tegen al die sprintkanonnen?
Boer: “Ik zit de Nederlandse top op de hielen, dus dat is niet meer nodig. Het heeft ook geen zin om naar anderen te kijken, je moet zelf lekker rijden. Alleen dan kan je winnen. Maar, het is natuurlijk wel heel gaaf om mee te gaan en er bij te horen.’’
Wat wil je neerzetten?
Boer: “Een podiumplek is nog te hoog gegrepen, daarom ga ik voor de eerste tien. Bovendien verwacht niemand iets van mij. De druk ligt bij anderen. Tijdens de wereldbeker profiteerde ik van andermans fouten, maar op een WK is iedereen veel scherper en fitter. ’’
Heb je nog last van je aanhoudende peesontsteking in je rechterknie?
Boer: “Door een aangepaste training ontlast ik die knie. De pijn is al een stuk minder. Eind maart neem ik rust en ga ik op vakantie.’’
Wat zijn je verwachtingen op jouw afstanden: de 500 en de 1000?
Boer: “Het gekke aan de 500 meter is dat je je heel slecht kunt voelen en toch goed kunt rijden. Mijn 1000 gaat steeds beter, op het NK sprint reed ik hem ook al sneller dan een paar maanden terug. Mijn 500 kan ook mijn 1000 beïnvloeden. Ik denk dat wanneer ik een slechte 500 rijd, meer geprikkeld ben om een nog snellere 1000 te schaatsen.’’
Jouw idool is Anni Friesinger, tip je haar als favoriet?
Boer: “Ja, ik denk dat zij wint. Maar er kan van alles gebeuren. Het WK is gewoon een hoog niveau. Het maakt niet uit wie er meedoen. Iedereen is met zichzelf bezig.”





